Ga door naar hoofdcontent
ArtikelenEU-regels voor het koolstofarm maken van gebouwen: een nieuwe definitie van bouwmaterialen
Bijwerken van voorschriften

EU-regels voor het koolstofarm maken van gebouwen: een nieuwe definitie van bouwmaterialen

Maandag 20 oktober 2025

Europa wil de industrie sneller koolstofneutraal maken, inclusief de productie van bouwmaterialen. Dit is geen gemakkelijke taak als bouwers blijven werken met beton, staal en chemicaliën op basis van aardolie. Is het doel van “nul koolstof” in de bouwsector haalbaar?

Met de aankondiging van de Clean Industrial Deal op 26 februari markeerde de Europese Commissie een keerpunt voor de energie-intensieve industrieën van Europa. Onderdeel van deze deal is de Industrial Decarbonisation Acceleration Act (IDAA), waarin de Commissie stelt dat de uitstoot van de zware industrie sneller moet worden verminderd.

Dit betekent dat de spelregels radicaal veranderen, niet alleen voor de industrie, maar ook voor handelaars in bouwmaterialen. Inkoop, prijzen en eisen van klanten zullen zich steeds meer richten op CO₂-prestaties, kwaliteit en beschikbaarheid. Zij die voorop lopen, zullen een concurrentievoordeel hebben.

Een haalbare uitdaging?

Perfecte integratie van natuur in moderne architectuur.

De uitdaging is aanzienlijk. Volgens het Europees Milieuagentschap is de productie van bouwmaterialen (bekend als “ingebedde koolstof”) verantwoordelijk voor 10-12% van de totale CO₂-uitstoot in de EU. Ongeveer een derde van deze emissies is toe te schrijven aan cement en beton. Staal draagt 10-15% bij en glas, kunststoffen, isolatiematerialen, hout en andere materialen vormen de rest.

Cement en beton zijn dus verreweg de grootste bron van CO₂ in de bouwketen. Dit komt niet alleen door het hoge energieverbruik van de ovens, maar vooral door het chemische proces waarmee kalksteen wordt omgezet in klinker. Bij dit proces komt onvermijdelijk CO₂ vrij. Het vergroenen van de betonproductie is daarom een logische eerste stap op weg naar een duurzamere bouw.

Maar is het haalbaar? Verschillende bedrijven werken al aan initiatieven om de productie van beton duurzamer te maken: van biobeton voor straatmeubilair tot het recyclen van puin en kleinschalige experimenten met biogene koolstof. Twee oplossingen met een veel groter potentieel verdienen speciale aandacht: de productie van koolstofvrij cement met behulp van SaltX plasmatechnologie, en Paebbl’s gebruik van mineralen zoals olivijn om CO₂ permanent op te vangen in beton (zie inzet).

Nieuwe regels, nieuwe labels

Een hoogtepunt van de wet over het versneld koolstofvrij maken van de industrie is het CO₂-label voor industriële materialen zoals staal en cement. Vanaf 2026 zou dit label verplicht kunnen zijn bij aanbestedingen. De sector werkt echter al met milieuproductverklaringen (EPD).

Extra labels kunnen verwarrend zijn, vooral voor kleine bedrijven. De boodschap aan handelaren is daarom duidelijk: richt je op betrouwbare en gestandaardiseerde gegevens, zoals EPD’s, en zorg ervoor dat klanten gemakkelijk toegang hebben tot deze informatie.

Koolstof heeft een prijs

Een andere nieuwigheid is de invoering van een schaduw CO₂-prijs. Dit mechanisme berekent de uitstoot van een product (bijv. van een EPD) in relatie tot de huidige CO₂-prijs in het EU Emissiehandelssysteem (EU ETS). Het resultaat wordt gebruikt als een extra criterium bij het bieden.

Dit betekent dat producten met een lage koolstofvoetafdruk aantrekkelijker zullen zijn op de markt. Leveranciers die hun cijfers kunnen verantwoorden zijn in het voordeel. Daarom is het belangrijk dat retailers hun productassortiment kritisch analyseren en kiezen voor fabrikanten die transparant zijn over hun uitstoot.

De kosten van materialen onder druk

CO₂-intensieve materialen zullen ook duurder worden door het verdwijnen van de gratis rechten in het ETS en de invoering van het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) in 2026. Dit mechanisme zorgt ervoor dat fabrikanten van buiten de EU dezelfde “koolstofprijs” betalen als fabrikanten in de EU. Tegelijkertijd worden ondernemers en ontwikkelaars aangemoedigd om hun projecten duurzamer te maken.

Dit werpt een aantal lastige vragen op voor retailers: welke producten combineren prestaties met een kleinere ecologische voetafdruk? Welke leveranciers bieden geloofwaardige gegevens? En hoe leg je de afwegingen uit aan klanten?

De FIEC, de Europese koepelorganisatie voor bouwbedrijven, waarschuwt dat de meerkosten van het gebruik van schonere materialen zichtbaar geïnvesteerd moeten worden in duurzaamheid. Alleen dan blijft het systeem geloofwaardig en stimuleert het innovatie.

Kansen en risico’s voor innovatie

Er is ook een keerzijde. Als labels te rigide zijn, lopen innovatieve producten het risico over het hoofd te worden gezien. Nieuwe materialen passen niet altijd in bestaande categorieën. Daarom komen ze mogelijk niet in aanmerking voor aanbestedingen.

Dit is zeker het geval voor beton. Het beleid richt zich vaak op cement, terwijl beton zelf veel mogelijkheden biedt om de CO₂-uitstoot te verminderen. Denk aan mengsels met minder klinker, intelligente in-situ optimalisatie of compleet nieuwe recepturen. Voor handelaren is dit een kans om innovatieve producten actief te promoten, mits ze worden ondersteund door betrouwbare documentatie.

Nieuwe kaders voor transparantie

Twee Europese richtlijnen zullen de toon zetten voor de komende jaren:

Voor retailers betekent dit dat ze nu al moeten gaan werken met leveranciers die aan deze normen voldoen. Het wordt ook steeds belangrijker om klanten te helpen bij het interpreteren van de gegevens.

Wat winkeliers nu kunnen doen

De komende jaren zullen beslissend zijn. Terughoudende retailers lopen het risico ingehaald te worden door regelgeving en concurrentie. Degenen die het initiatief nemen, kunnen een cruciale rol spelen. Vijf acties zijn essentieel:

  1. Volg de ontwikkelingen in Brussel en ontdek wat ons te wachten staat.
  2. Werk met leveranciers die transparante EPD- en CO₂-gegevens leveren.
  3. Klanten helpen om duurzame beslissingen te nemen.
  4. Analyseer je productassortiment en ga actief op zoek naar schonere alternatieven.
  5. Durf te innoveren en zet innovatieve materialen op de voorgrond.

Conclusie

Paebbl nam zijn demonstratiefabriek in maart van dit jaar in gebruik (Foto: Paebbl).

Het koolstofvrij maken van de toeleveringsketen van bouwmaterialen is geen ver vooruitzicht, maar een continu proces. Voorlopig zullen cement en beton de grootste bronnen van CO₂ blijven, maar innovaties zoals Paebbl, SaltX en vele andere laten zien dat er al oplossingen in opkomst zijn.

Voor bouwvakkers is de boodschap tweeledig: de druk van regelgeving en klanten neemt toe, maar er zijn ook duidelijke kansen om zich te onderscheiden van de massa. Degenen die zich richten op transparantie, duurzame alternatieven en gedegen advies zullen vertrouwde partners van de bouwsector blijven en meehelpen een sector vorm te geven die klaar is voor een groenere toekomst.

Paebbl: CO₂ als grondstof

Het Nederlandse bedrijf Paebbl transformeert CO₂ van een probleem in een bouwcomponent. Haar technologie bootst het natuurlijke proces na waarmee CO₂ zich in de loop van duizenden jaren vastzet in steen, maar versnelt dit proces met een factor tien miljoen in een gecontroleerd productieproces. Het resultaat is een aanvullend cementachtig materiaal (SCM) dat niet alleen een deel van het traditionele cement vervangt, maar ook CO₂ permanent opslaat.

De focus van Paebbl ligt vooral op schaal en toepasbaarheid. In slechts drie jaar tijd is de productie gegroeid van enkele grammen naar tonnen per dag. Het materiaal wordt al gebruikt in echte bouwprojecten. Voor handelaren is het belangrijk dat het product van Paebbl net zo gemakkelijk te verwerken is als bestaande SCM’s zoals gegranuleerde hoogovenslak (GBG) of vliegas. Het kan 20-40% van het cement in betonmengsels vervangen zonder afbreuk te doen aan de prestaties.

Door CO₂ permanent op te nemen in bouwmaterialen wordt beton getransformeerd van een belangrijke vervuiler tot een potentiële koolstofput. Voor professionals is dit een tastbaar verhaal: een product dat duurzaamheid en commerciële maturiteit combineert, met concrete cijfers om dit te staven.

SaltX: plasmatechnologie als doorbraak

In Zweden werkt SaltX Technology samen met de Zwitserse cementfabrikant Holcim aan een nieuwe doorbraak: de elektrificatie van cementovens met behulp van plasmatechnologie. De elektrische boogbrander (EAC) gebruikt hernieuwbare elektriciteit in plaats van fossiele brandstoffen zoals aardgas.

Het belangrijkste verschil met traditionele ovens is dat de CO₂ die vrijkomt bij het branden van kalksteen niet langer wordt verdund in de rookgassen. In plaats daarvan komen de emissies naar boven als een geconcentreerde stroom, klaar om direct opgevangen of hergebruikt te worden. Hierdoor zijn er geen dure naverbrandingsinstallaties nodig.

Holcim ziet in CCS een kans om de cementproductie vrijwel emissievrij te maken en investeert miljoenen in deze technologie. De gezamenlijke ambitie is om ’s werelds eerste volledig elektrische cementfabriek te bouwen. Voor handelaren in bouwmaterialen betekent dit dat ze cement kunnen aanbieden met een aanzienlijk kleinere koolstofvoetafdruk, een direct verkoopargument voor klanten die te maken hebben met strengere inkoopvereisten.

Saltx’ 10kt demonstratiefabriek (“ZEQL”) zal in 2027 operationeel zijn (Foto: SaltX Technology).